De bedoeling van Roptrotherapie is om verhardingen die aanwezig zijn in de spieren los te maken ten einde op lange termijn gewrichten weer beweeglijker te maken en de oorspronkelijke pijn te reduceren. Men veronderstelt dat een spierverharding het resultaat is van bindweefselverklevingen in het centrale deel van de spier. Er wordt gebruik gemaakt van een bronzen T-bar.

Bij gezonde spieren liggen de spiervezels allemaal mooi parallel naast elkaar. Bij verkleving ontstaan er bindweefselbruggen (= cross bridging), deze liggen kris-kras door mekaar ipv mooi parallel. Indien deze verklevingen zich ophopen tot een verharde, pijnlijke knobbel spreken we van een myogelose.

Roptrotherapie is aangewezen bij goedaardige chronische aandoeningen (vb. rugklachten, tenniselleboog) en bij sporters is deze techniek aan te bevelen bij letsels (vb. spierverrekkingen) in de subacute fase (3-12 weken na het letsel) .

Dit fenomeen kan het gevolg zijn van:

overdreven spierarbeid;

spierverrekking (bij sporters);

virale spierontsteking;

na het beleven van een hevige emotie (stress).

Het effect van deze techniek ligt eerder in het herstellen van verhard en verkleefd spierbindweefsel, op zodanige wijze dat een volledig herstel mogelijk is na 6 weken